De geschiedenis van de ''Ten Katemarkt''

DE TEN KATEMARKT

Waar nu de Ten Katestraat ligt, was lange tijd de grens van de stad. De ene kant was gemeente Amsterdam, de andere kant gemeente Nieuwer-Amstel (zeg maar Amstelveen). Pas in 1896 kreeg Amsterdam de grond aan de westkant van de Ten Katestraat erbij. Op deze foto zie je nog goed hoe het er toen uitzag. Dat zou snel veranderen. Binnen twintig jaar was het hier een druk gewriemel van mensen en marktkramen.

In 1912 werd in de Ten Katestraat voor het eerst een officiële dagmarkt gehouden. Het werd een bekende markt. Ook Amsterdammers uit de rest van de stad kwamen er op af. Op deze foto zie je hoe die markt er ongeveer vijftig jaar geleden uitzag. Kijk maar eens goed naar de koopwaar op de kramen. En naar de prijzen, twee pond appels voor 59 ouderwetse centen! Vijftig jaar geleden kocht je op de markt de groente van het seizoen. De aardappelen kwamen uit West-Friesland, de vis uit Volendam en de kaas uit Gouda.

 487364 299842393447959 1116994634 n 1

Naamgever
Het was even zoeken maar de dichter J.J.L. ten Kate leende zijn naam aan de markt, hij leefde van 1819 tot 1889. Jan Jakob Lodewijk ten Kate was tevens vertaler en dominee en werd in Den Haag geboren, hij overleed volgens sommigen één dag nadat hij 70 jaar oud Markt in Oud West was geworden maar ik denk dat dat niet klopt, volgens mij overleed hij op tweede kerstdag, de 26-ste dus.

Ten Kate kwam in 1860 naar Amsterdam waar hij leraar werd bij de hervormde gemeente. Hij preekte vanaf de kansel in de Nieuwe Kerk. Waarom zijn naam gekozen werd om aan de markt in West te geven is niet 100% duidelijk want volgens mij heeft hij er nooit gewoond, Ten Kate woonde in de Vossiusstraat en dat ligt toch echt in Zuid.

Ik neem aan dat hij vaak in west gezien werd met Jacob van Lennep die daar wel woonde maar die kreeg later dus elders in west een straat en kade naar zich vernoemd.
Er is naast de Ten Katemarkt in de Ten Katestraat ook een Ten Kateplein in West en in Haarlem, Leiden, Dordrecht en Nijmegen zijn ook straten naar hem vernoemd.

De Schepping
Zijn beroemdheid dankt Ten Kate vooral aan 'De Schepping' uit 1866 dat als een meesterlijk gedicht werd beschouwd. In De Schepping levert Ten Kate een bijdrage aan de discussie over het ontstaan van de wereld. De evolutie-theorie van Darwin maakte in de negentiende eeuw nogal wat los.
Ten Kate legde verbanden tussen de zienswijze van Darwin en het scheppingsverhaal. Het gedicht van Ten Kate is ruim 200 pagina's lang!

Bekende tijdgenoten van Ten Kate waren Bilderdijk en Da Costa die grote inspirators voor hem waren maar ook Van Lennep, Beets, Allard Pierson, Hasebroek, Huet en Bilderdijk leefden rond die tijd. Ten Kate had negen kinderen waarvan er vijf overleden voordat hij zelf in 1889 stierf. Zijn vrouw Johanna Sophia Waldorp overleed twee jaar eerder. Ten Kate en zijn vrouw liggen zij aan zij begraven op begraafplaats De Nieuwe Ooster.

 

Jan Jakob Lodewijk ten Kate

 

Jan Jacob Lodewijk ten Kate

 

Jan Jakob Lodewijk ten Kate (Den Haag, 23 december 1819 - Amsterdam, 24 december 1889), was een Nederlands dichter en dominee. Op 7 mei 1845 trouwde hij met Johanna Sophia Waldorp, een dochter van de schilder Anthonie Waldorp. Hun zoon was de kunstschilder Jan Jacob Lodewijk ten Kate (1850-1929).

 

Ten Kate groeide op in Den Haag, samen met zijn broers Mari en Herman, die bekende schilders zouden worden. Hij werkte aanvankelijk als kantoorklerk, maar werd daarnaast in 1834, als veertienjarige, lid van het Haagse literaire gezelschap 'Oefening kweekt kennis', dat in dat jaar was opgericht door onder anderen Samuel Johannes van den Bergh en W.J. van Zeggelen. Daar leerde hij de predikant en filantroop Ottho Gerhard Heldring kennen, die onder de indruk was van de intelligentie en het dichttalent van de jongen, wiens eerste bundel Gedichten al in 1836 verscheen. Heldring bood Ten Kate een plaatsje op zijn zolder aan, waar hij zich kon voorbereiden op een academische studie. Na een jaar kon hij zich in 1838 als student theologie inschrijven aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij studeerde af in 1843. Samen met Anthony Winkler Prins richtte hij in 1842 het berijmde literaire tijdschrift Braga op, waarvan twee jaargangen verschenen. Hij werkte als predikant achtereenvolgens op Marken en in Almkerk, Middelburg en Amsterdam, waar hij op 15 april 1860 door de plaatselijke predikant Tonco Modderman werd bevestigd in het ambt.

Ten Kate was een zeer productief dichter, die gemakkelijk kon rijmen. Zijn bekendste gedicht is De schepping (1866), waarin hij probeert bijbelse en natuurwetenschappelijke standpunten met elkaar in overeenstemming te brengen. Hij vertaalde ook buitenlandse literatuur, waaronder Paradise Lost van Milton en in 1879 de Faust van Goethe.

J.J.L. ten Kate wordt, met Nicolaas Beets, Eliza Laurillard, Bernard ter Haar en J.P. Hasebroek, gerekend tot de "dominee-dichters" die populair waren door hun moralististische poëzie en daarom door de Tachtigers (jonge literatoren als Willem Kloos en Frederik van Eeden) werden gehoond. Hij werd evenals andere dominee-dichters geparodieerd door Cornelis Paradijs (pseudoniem van Van Eeden) in de bundel Grassprietjes of Liederen op het gebied van Deugd, Godsvrucht en Vaderland (1885).

De verdiensten van Ten Kate waren dertig jaar na zijn overlijden aanleiding om een comité op te richten dat als doel had om in de Nieuwe Kerk van Amsterdam een gedenksteen ter nagedachtenis aan hem op te richten. Het comité werd in 1919 in het leven geroepen. De gedenksteen die men voor ogen had werd onthuld op 20 mei 1923. De gedenksteen voor Ten Kate zal men vandaag de dag tevergeefs zoeken, want na een ingrijpende restauratie in de jaren zestig en zeventig van de 20ste eeuw, is de steen verdwenen. Niet verdwenen zijn de straatnamen die in verschillende steden naar deze 19de-eeuwse dichter-dominee werden vernoemd.

Zo is in de Amsterdamse Kinkerbuurt een Ten Katestraat en een Ten Kateplein te vinden.

 

Jaar 1912